Van maatwerk naar wendbaarheid: hoe BIRKENSTOCK de Clean Core-principes toepaste
In een casebeschrijving over BIRKENSTOCK's Noord-Amerikaanse SAP S/4HANA-transformatie wordt beschreven hoe de organisatie vanuit een greenfield-implementatie in Canada toewerkte naar de vervanging van het Amerikaanse legacy-systeem. Daarbij koos BIRKENSTOCK voor een Clean Core-aanpak met minimale uitbreidingen en nadruk op masterdata [1].
Decennialang gold in ERP-land één ongeschreven wet: de software moet zich aanpassen aan de business. Bedrijven geloofden heilig dat hun operationele processen zo uniek waren dat standaardsoftware hun core-business zou slopen.
Implementatiepartners bouwden braaf wat er werd gevraagd, met als resultaat gigantische, dichtgetimmerde ERP-landschappen vol complex maatwerk die na een paar jaar onmogelijk nog te updaten waren.
Die traditionele filosofie heeft haar langste tijd gehad. ERP-landschappen zijn steeds complexer geworden, terwijl organisaties juist sneller moeten kunnen veranderen.
De grootste uitdaging van ERP-modernisering zit in het durven loslaten van wat jarenlang vanzelfsprekend leek.
Een ERP-migratie is een moment waarop organisaties moeten beslissen welke complexiteit waarde toevoegt en welke complexiteit alleen historisch gegroeid is.
BIRKENSTOCK stond voor die keuze bij de transformatie van zijn Noord-Amerikaanse operatie. De opening van een nieuwe dochteronderneming in Canada bood het bedrijf een unieke mogelijkheid om zonder bestaande infrastructuur processen opnieuw op te bouwen. Geen legacy, geen bestaande systemen en geen historische aanpassingen die opnieuw moesten worden meegenomen.
Canada werd daarmee een blauwdruk voor de verdere transformatie. Processen werden getest, aangepast en gestandaardiseerd voordat Birkenstock de veel complexere vervanging van het zestien jaar oude AS/400-systeem in de Verenigde Staten aanpakte.
Bij die Amerikaanse overstap naar SAP S/4HANA for Fashion and Vertical Business koos BIRKENSTOCK voor een Clean Core-strategie. De ERP-kern bleef zo veel mogelijk gebaseerd op standaardfunctionaliteit en alleen wat noodzakelijk was voor de go-live werd geïmplementeerd.
“We took an MVP approach. Only the minimal things needed for go-live were implemented.”
Ook masterdata kreeg nadrukkelijk aandacht. Volgens Milos was betrouwbare data voor de ingebruikname een essentiële voorwaarde om dagelijks effectief met het nieuwe systeem te kunnen werken.
De les uit de transformatie van BIRKENSTOCK gaat daarmee verder dan de keuze voor SAP S/4HANA. Clean Core raakt daarmee een veel groter vraagstuk: welke complexiteit helpt de organisatie vooruit, en welke complexiteit is vooral ontstaan omdat niemand ooit de vraag stelde of het nog nodig was?
Welke processen zijn werkelijk onderscheidend? Welke uitzonderingen voegen waarde toe? En welke zijn vooral ontstaan omdat het systeem zich jarenlang heeft aangepast aan de organisatie?
De echte uitdaging van ERP-modernisering zit daarom niet in het opnieuw bouwen van wat er al was, maar in de discipline om alleen mee te nemen wat de organisatie echt nodig heeft.