AI laat zien waar organisaties zichzelf nog voor de gek houden.
In veel organisaties klopt de data niet, rammelen processen en lopen verantwoordelijkheden door elkaar. En toch zetten we daar AI bovenop alsof we daarmee ineens een intelligente organisatie hebben.
We brengen nieuwe technologie naar binnen, experimenteren en bouwen nieuwe toepassingen.
Maar onder de motorkap verandert er vaak weinig.
Is je brondata een rommeltje, dan genereert AI sneller onbetrouwbare adviezen.
Lopen je bedrijfsprocessen niet logisch, dan automatiseert AI je inefficiëntie.
Zijn verantwoordelijkheden in de boardroom niet helder, dan vergroot AI de interne frictie.
Houden we onszelf dan niet voor de gek?
Veel aandacht gaat vandaag naar wat AI allemaal kan, maar veel minder naar de omgeving waarin AI moet landen. Als je AI serieus wilt inzetten, moet je als organisatie ook begrijpen hoe je eigen informatie, processen en besluitvorming in elkaar zitten.
We zijn namelijk niet meer alleen bezig met technologie die mensen helpt hun werk te doen. We zijn bezig met technologie die steeds dichter tegen de besluitvorming en uitvoering van een organisatie aan beweegt.
We zijn inmiddels op een punt waarop technologie niet alleen het werk ondersteunt, maar ook een deel van het werk en de besluitvorming kan overnemen.
Wat betekent dat dan voor de mens die dat werk tot nu toe deed?
Wat gebeurt er met een organisatie als technologie een deel van het werk en de besluitvorming gaat overnemen?
Welk deel van het werk hoeft straks überhaupt nog door een mens te worden gedaan?
Wanneer vinden we het verantwoord dat AI daadwerkelijk gaat handelen?
Dat zijn de vragen die ik in de huidige AI-discussies te weinig tegenkom.
Zonder die volwassen basis en dat diepe begrip van je eigen besluitvorming lost AI onderaan de streep niets op.