Veel organisaties zien Clean Core en Composable als tegenpolen.
Dat is een misvatting.
Alsof je moet kiezen.
De vraag is nooit of je Composable nodig hebt, maar waar het moet landen in een landschap dat anders vastloopt.
Clean Core is een technische discipline.
Ze beschermt de kern tegen verstarring.
Ze maakt upgrades, stabiliteit en innovatie mogelijk.
Maar Clean Core ontwerpt het landschap niet.
Dat is primair een vraagstuk van business-architectuur, niet van technologie.
Het biedt geen antwoord op:
- • hoe variatie structureel wordt gedragen
- • waar processen mogen divergeren
- • hoe integratie schaalbaar blijft
- • hoe verandering gefaseerd kan plaatsvinden
Precies daar wordt composable relevant.
Niet als alternatief voor de kern.
Niet als ontsnapping uit het leveranciersdomein.
En zeker niet als hype.
Composable is — in deze context — een bewuste ontwerpkeuze binnen een Clean Core-benadering.
Je hoeft niet buiten het portfolio van je leverancier te kijken.
Het mag wel, wanneer elders betere oplossingen zijn die geen structurele frictie introduceren.
Voor multinationals is dit geen luxe.
Het is vaak de enige haalbare route.
Omdat hun landschap:
- • te groot is om in één beweging te veranderen
- • te divers is om volledig te standaardiseren
- • te verweven is om te “resetten”
Composable maakt het mogelijk om te transformeren zonder te breken.
Gefaseerd. Bewust. Ontworpen.
Niet door alles los te laten, maar door het landschap zo te structureren dat verandering kan landen zonder telkens het fundament te raken.
In dat licht is composable geen hype.
En Clean Core geen eindpunt.
Samen vormen ze geen tegenstelling, maar het antwoord op een architecturale realiteit die zich steeds nadrukkelijker laat voelen.