Onafhankelijk Advies in Supply Chain & Digitale Transformatie

DANGA doorbreekt de ruis rondom digitale transformatie. Als onafhankelijk adviseur verbind ik uw upstream en downstream supply chain‑strategie aan de juiste architectuur en enterprise‑systemen. Geen leverancierspraatjes, maar senior regie die miljoenenverliezen bij implementaties voorkomt.

Showing posts with label Digital Product Passport (DPP). Show all posts
Showing posts with label Digital Product Passport (DPP). Show all posts

De echte uitdaging achter Europese informatieverplichtingen

Hoe voldoe je aan regelgeving die afhankelijk is van informatie uit een keten waar je geen controle over hebt?

De EU introduceert niet één informatieverplichting, maar een hele reeks initiatieven zoals Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR), Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) [a] en de EU Deforestation Regulation (EUDR) [d].

Op papier lijken het afzonderlijke regelgevingen, maar in de praktijk stellen ze dezelfde vraag:

"Kun je aantonen waar iets vandaan komt, wat erin zit, hoe het is gemaakt en welke impact het heeft gehad?"

Die beleidsvraag wordt vertaald naar informatieverplichtingen waarmee naleving meetbaar, toetsbaar en handhaafbaar wordt gemaakt.

Toch gaat het gesprek vaak meteen over de vraag:

“Welke gegevens moeten we aanleveren?”

Maar ik vraag me af of dat wel de eerste vraag moet zijn.

Vrijwel alle nieuwe Europese verplichtingen leunen op informatie die buiten de muren van je eigen organisatie ontstaat. In leveranciersrelaties, in overdrachten, in processen die je niet bezit en in systemen waarop je geen directe invloed hebt.

Misschien is de eerste vraag daarom:

"Hoe organiseer je een keten waarin die informatie betrouwbaar beschikbaar komt?"

Daarachter ligt een fundamentelere vraag:

"Hoe krijg je grip op een keten die de informatie moet leveren waarop jouw compliance straks wordt beoordeeld?"

De upstream supply chain is geen systeem dat je aanstuurt. Het is een netwerk van leveranciers, toeleveranciers en sub-tier partijen die elk hun eigen werkelijkheid hebben. Beheersing ontstaat niet door controle, maar door afspraken die uitvoerbaar zijn in het dagelijkse werk. Door standaarden die niet alleen bestaan in een document, maar daadwerkelijk worden gevolgd door iedere schakel.

Dat is de echte opgave achter al deze regelgeving: organisaties moeten een keten beheersen die ze niet bezitten, terwijl juist die keten de informatie moet leveren waarop zij straks worden afgerekend.

Orchestratie wordt daarmee geen IT-vraag. Het wordt een ontwerpvraag: hoe richt je een keten zo in dat informatie een natuurlijk bijproduct van het werk wordt, in plaats van een administratieve laag die achteraf moet worden toegevoegd?

Ik ben benieuwd hoe anderen hiernaar kijken.

Begint de uitdaging van al deze nieuwe informatieverplichtingen bij data?

Of begint die bij de keten waar die data vandaan moet komen?


Meer inzichten

  • [a] Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
  • [b] Upstream als structurele herdefinitie van concurrentie
  • [c] De DPP-paradox: beleidsmatige ambities versus de operationele praktijk
  • [d] EU pakt ontbossing en aantasting van bossen aan
  • [e] EU en VS stellen DUURZAAMHEID voorop
  • Carbonfact neemt Vaayu over

    Door deze twee platforms samen te voegen, krijgt de industrie wat ze tot nu toe miste: één complete, allesomvattende dataset met milieugegevens op productniveau.

    Carbonfact heeft vandaag (28 mei 2026) de overname bekendgemaakt van Vaayu, leverancier van een platform voor productimpactmeting in de mode-industrie [1].

    Carbonfact en Vaayu hebben de afgelopen jaren gewerkt vanuit dezelfde overtuiging: dat decarbonisatie in de mode-industrie een data-probleem is en dat de sector een speciaal ontwikkeld platform nodig heeft in plaats van generieke tools die achteraf zijn aangepast.

    Vaayu, opgericht in 2020 in Berlijn door Namrata Sandhu, bouwde een van de eerste platformen voor productimpactmeting in de mode-industrie en werkte samen met meer dan 100 merken, waaronder New Balance, Axel Arigato, Ace & Tate en Asket. Carbonfact, opgericht in 2021 in Parijs, ontwikkelde het platform voor milieugegevens dat nu door meer dan 200 kleding- en schoenenmerken wordt gebruikt, waaronder On, Ganni, The North Face, Burton en Marc O'Polo.

    Door deze twee platforms samen te voegen, krijgt de industrie wat ze tot nu toe miste: één complete, allesomvattende dataset met milieugegevens op productniveau.

    “We hebben Vaayu opgericht om retail- en modebedrijven te voorzien van gedetailleerde klimaatgegevens op productniveau, die ze nodig hebben om daadwerkelijk te decarboniseren, en niet alleen om erover te rapporteren. Carbonfact deelt die overtuiging en samen kunnen we dit leveren op de schaal die deze sector nu vereist. Onze klanten krijgen dezelfde nauwkeurigheid die ze van ons gewend zijn, nu gecombineerd met de compliance-dekking die hun volgende stap vereist.”, — Namrata Sandhu, oprichter en CEO, Vaayu.

    Eén dataset voor de nieuwe golf van regelgeving

    De komende twee jaar zullen de manier waarop modebedrijven hun milieu-impact meten en rapporteren, ingrijpend veranderen. Het Digital Product Passport (DPP), de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), de Franse Eco-Score, CSRD, de Californische wet SB 253 en de Empowering Consumers Directive (EmpCo) hebben allemaal één gemeenschappelijke vereiste: betrouwbare milieugegevens op productniveau.

    Dit is een verschuiving van rapportage op bedrijfsniveau naar rapportage op productniveau. Schattingen op basis van uitgaven zijn niet langer voldoende. De sector heeft behoefte aan een diepere, meer gedetailleerde dataset, gebaseerd op primaire gegevens uit de toeleveringsketen.

    Met de expertise van Vaayu erbij, brengt het Carbonfact-platform nu het volgende samen:

    • Meer dan 150.000 emissiefactoren specifiek voor de mode-industrie, die de materialen, processen en afwerkingen omvatten die daadwerkelijk voorkomen in de materiaallijsten van kleding en schoenen.
    • Met meer dan 200 textielspecifieke processen en meer dan 650 materiaalcategorieën in 144 landen, biedt het de detailniveaus die nodig zijn voor rapportage op productniveau.
    • Meer dan 50 gepatenteerde materialen en processen, met meer dan 7.500 op maat gemaakte emissiefactoren voor merken.
    • Energiegegevens van meer dan 7.000 textielfabrieken, verzameld via Carbonfact for Suppliers.
    • Dagelijks voeren we 2 miljoen LCA-analyses uit voor textiel- en schoenenproducten voor onze klanten.
    • Een gecombineerd klantenbestand van meer dan 300 kleding- en schoenenmerken, het grootste netwerk van modemerken dat samenwerkt op één platform voor milieugegevens.

    Van meting tot reductie, op één platform, met één methodologie en één dataset

    Het platform van Carbonfact omvat de volledige milieuworkflow op één plek, met behulp van één dataset:

    • Koolstofboekhouding: voldoet aan het GHG Protocol, is klaar voor audits en is beoordeeld door PwC.
    • Productimpactmeting: PEFCR-gealigneerde LCA's op SKU-niveau.
    • Decarbonisatie: Eco-design, hotspotanalyse en decarbonisatieplanning afgestemd op de SBTi-doelstellingen.
    • Milieurapportage: inclusief het Digitale Productpaspoort, de Franse Eco-Score, CSRD en SBTi.

    Dit waren van oudsher aparte tools, gebaseerd op verschillende methodologieën en datasets. Wij hebben Carbonfact gebouwd op één enkele dataset en één enkele methodologie, zodat merken één keer kunnen meten en overal kunnen rapporteren.

    Wat volgt: van data naar intelligentie

    Naarmate de hoeveelheid productdata toeneemt, zal de grootste uitdaging niet langer het verzamelen ervan zijn, maar het interpreteren ervan. Carbonfact werkt aan wat wij 'Environmental Intelligence' noemen: een AI-gestuurde laag die complexe klimaatexpertise toegankelijk en bruikbaar maakt voor elk team binnen een modeorganisatie. Hierdoor kan elk merk verder gaan dan alleen het rapporteren van nalevingseisen en daadwerkelijk zijn impact verminderen.

    Het koolstofarm maken van de mode-industrie is de gezamenlijke missie die heeft geleid tot de oprichting van Carbonfact en Vaayu, en waarom het samenbrengen van de twee platforms zo belangrijk is. Hoe meer merken op een gezamenlijke basis werken, hoe sneller de industrie de overstap kan maken van het meten van haar impact naar het daadwerkelijk verminderen ervan. De komende maanden zullen we nauw samenwerken met het Vaayu-team aan de transitie en hun klanten helpen bij de implementatie op Carbonfact.

    “Voor nu: hartelijk dank aan het Vaayu-team voor hun bijdrage aan de ontwikkeling van deze categorie, aan Namrata voor haar partnerschap dat dit mogelijk heeft gemaakt, en aan de meer dan 300 merken die ons blijven vertrouwen met een van de moeilijkste data-uitdagingen in de branche. We hebben nog veel werk voor de boeg ”, — Marc Laurent, oprichter en CEO van Carbonfact.


    Lees meer

  • [1] Carbonfact Acquires Vaayu, Uniting Fashion's Two Largest Environmental Sustainability Platforms
  • De DPP-paradox: beleidsmatige ambities versus de operationele praktijk

    Een analyse van hoe het Europese duurzaamheidskader vastloopt op ontbrekende standaarden, versnipperde uitvoering en een keten die de digitale ambitie nog niet kan dragen.

    De Europese Unie heeft met de ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) [1] een ambitieus juridisch kader neergezet voor een circulaire economie. Onder deze vlag worden twee instrumenten dwingend opgelegd die productketens en sectoren fundamenteel moeten veranderen: het DPP (Digital Product Passport) en de EPR (Extended Producer Responsibility).

    Het DPP wordt gepositioneerd als een nieuwe informatie-infrastructuur voor duurzaamheid: een digitale drager die fabrikanten, consumenten en autoriteiten moet verbinden via betrouwbare levenscyclusdata van “wieg tot graf”.

    [2] Art. 2 (28) ESPR defines the DPP as a “set of data specific to a product that includes the information specified in the applicable delegated act [...] and that is accessible via electronic means through a data carrier [...]”

    Parallel hieraan formaliseert de EU met de EPR een financieel sturingsmechanisme. Dit principe van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (EPR) is oorspronkelijk door de OECD [3] gedefinieerd als een milieubeleidsmaatregel om afvalpreventie en recycling te stimuleren. De Europese Unie geeft hier nu een dwingende invulling aan: producenten worden verantwoordelijk voor de afvalfase van hun producten, waarbij de hoogte van de kosten (fees) via zogenaamde “eco-modulatie” afhankelijk wordt van productkenmerken die uiteindelijk in het DPP moeten worden vastgelegd. In de praktijk werkt dit als een bonus‑malus‑systeem: producten die goed recyclebaar zijn worden financieel beloond, producten met complexe of vervuilende materialen worden duurder.

    Zonder deze financiële prikkel zou het DPP vooral een informatieplicht zijn. Door de koppeling met EPR bepaalt de data in het paspoort direct hoeveel een bedrijf onderaan de streep kwijt is aan afvalbeheer.

    Om de uitvoeringsrealiteit te begrijpen, moet de relatie tussen deze drie elementen helder zijn:

    • De ESPR is de wet: het overkoepelende kader dat dwingende eisen stelt aan het productontwerp en informatievoorziening van vrijwel alle fysieke goederen om duurzame producten de norm te maken.
    • Het DPP is de informatiedrager: een gestructureerd digitaal bestand dat product- en levenscyclusdata toegankelijk maakt via een fysieke drager op het product en aantoont dat het aan de wettelijke eisen voldoet.
    • De EPR is de financiële prikkel: de verplichte afvalbijdrage waarbij een duurzaam productontwerp via eco-modulatie direct leidt tot een lagere rekening.

    Hier ontstaat een spanningsveld. De financiële verplichtingen via EPR worden nu aangescherpt, terwijl de digitale bewijslast via het DPP technisch pas vanaf 2026 of later mogelijk wordt. Bedrijven worden financieel gestuurd op basis van criteria waarvoor de EU de digitale standaarden nog niet heeft geleverd.

    1. De digitale infrastructuur: een weg zonder verkeersregels

    Brussel presenteert het Digitaal Product Paspoort (DPP) als een fundamentele informatie-infrastructuur die de hele keten moet verbinden. Een dergelijke infrastructuur veronderstelt een gedeeld datamodel, uniforme API’s en een consistente manier van gegevensuitwisseling. Alleen dan kunnen verschillende partijen autonoom data uitwisselen en valideren, maar in de praktijk zijn deze fundamenten nog niet vastgesteld.

    De EU heeft met de ESPR wel de regels bepaald, maar de technische kaders om die regels uit te voeren nog niet gedefinieerd. Deze kaders moeten per productcategorie worden vastgelegd in zogenaamde “Delegated Acts” (gedelegeerde handelingen). Zij vormen de noodzakelijke brug tussen de wet en de technische praktijk.

    De EU richt zich daarbij eerst op producten met een hoge milieu-impact. Voor deze prioritaire sectoren, waaronder batterijen, textiel, elektronica en meubels, worden de gedelegeerde handelingen momenteel uitgewerkt. Het niet kunnen voldoen aan toekomstige DPP-verplichtingen kan uiteindelijk leiden tot beperkingen op markttoegang, sancties en handhavingsmaatregelen.

    Pas in deze handelingen wordt per productgroep bepaald welke data en technische eisen precies voor het paspoort gelden. De ESPR wordt in vakliteratuur dan ook omschreven als een “breed maar deels vaag kader”, omdat de concrete invulling van zowel de informatieplicht als de technische uitvoering volledig afhankelijk is van deze nog te verschijnen handelingen.

    In de kern kunnen deze ontbrekende eisen worden onderverdeeld in organisatorische, technische (hoe stakeholders toegang krijgen tot de data) en inhoudelijke vereisten (welke data moet worden opgenomen en op welke wijze).

    Het gaat hierbij om kritieke specificaties die momenteel nog ontbreken, zoals:

    • De data-inhoud: de definitieve lijst met verplichte velden per productgroep (zoals duurzaamheid, repareerbaarheid, gerecycled gehalte en ecologische voetafdruk).
    • De semantiek: de eenduidige definities en eenheden die nodig zijn om data universeel uitwisselbaar te maken.
    • De technische protocollen: de API‑standaarden en toegangsrechten die veilige, automatische gegevensuitwisseling mogelijk maken.

    De Europese Commissie stelt expliciet dat er geen templates of tools beschikbaar zijn of worden ontwikkeld. Marktdeelnemers moeten zelf systemen inrichten of deze inkopen bij externe dienstverleners, maar stuiten daarbij op een praktische belemmering.

    In de officiële FAQ [4] geeft de Europese Commissie aan dat een template in grote mate zal afhangen van de vereisten die in de individuele gedelegeerde handelingen worden vastgesteld (p. 32). Omdat deze technische specificaties pas in de loop van de komende jaren worden uitgewerkt en de verplichting pas 18 maanden na aanname ingaat, ontbreken op dit moment de noodzakelijke bouwstenen — zoals de JSON- of XML-schema’s — die bedrijven nodig hebben voor de realisatie.

    Bedrijven hebben dan wel een wettelijke informatieplicht, maar kunnen daar door het ontbreken van deze technische kaders nog niet aan voldoen. Het risico is groot: het niet tijdig kunnen overleggen van een paspoort kan leiden tot het verliezen van markttoegang en zware boetes.

    Hoewel de wet sinds 18 juli 2024 van kracht is, begint de klok voor bedrijven pas te tikken op een onbekend moment in de toekomst. Dit creëert een paradoxale situatie waarin bedrijven al keuzes moeten maken over IT en supply chains, terwijl de verplichte technische blauwdrukken en de regels voor de handhaving nog op zich laten wachten.

    Verschillende industrieën moeten communiceren in een taal die nog niet is vastgesteld, naar een digitale brievenbus die simpelweg nog niet bestaat.

    2. De rapportageplicht zonder brievenbus: een geboorte van nationale fragmentatie

    De EU verplicht de markt om data ontsluitbaar te maken, maar bouwt zelf geen centraal platform waar deze informatie samenkomt. In de officiële documentatie bevestigt de Commissie dat het DPP-systeem zal steunen op decentrale data-opslag en marktoplossingen [4]. Er komt dus geen EU‑database en geen uniform portaal waar fabrikanten hun paspoorten kunnen indienen.

    Deze decentrale aanpak legt de volledige verantwoordelijkheid voor de digitale infrastructuur bij de marktdeelnemer. Bedrijven moeten zelf zorgen voor de hosting, de API-verbindingen en de langdurige beschikbaarheid van data. Toezichthouders en douane krijgen straks toegang tot duizenden verschillende private systemen met variërende formats en uiteenlopende kwaliteitsniveaus.

    Doordat Brussel deze centrale technische en organisatorische basis niet levert, ontstaat er een vacuüm dat in de praktijk wordt ingevuld door lidstaten en sectoren zelf. De eerste contouren van die versnippering zijn al zichtbaar:

    • Lidstaten vullen het gat: Frankrijk ontwikkelt eigen ecoscore‑mechanismen, Nederland hanteert eigen interpretaties van EPR‑regels en Duitsland stelt eigen technische eisen aan rapportages. Andere lidstaten bouwen inmiddels eigen portalen en formats om grip te krijgen op de datastromen.
    • Verschillende loketten: zonder één EU‑brievenbus dwingen nationale autoriteiten bedrijven tot registratie in eigen landelijke portalen.
    • Data‑eilanden: multinationals moeten straks voldoen aan verschillende technische standaarden en datavelden per land — juist de versnippering die het DPP moest voorkomen.

    Wat bedoeld was als één geharmoniseerde Europese markt, ontwikkelt zich richting 27 nationale interpretaties, technische invullingen en varianten van wat “machine‑leesbaar” in de praktijk betekent.

    Voor merken en retailers betekent dit concreet:

    • het beheren van meerdere nationale portalen
    • het aanleveren van verschillende datavelden per land
    • het navigeren door uiteenlopende validatieregimes en technische eisen

    Zolang de EU geen centrale regie voert over de technische toegangspunten, ligt het voor de hand dat lidstaten hun eigen systemen ontwikkelen om grip te krijgen op de data. De digitale weg die bedoeld was als één Europese infrastructuur, dreigt zo uiteen te vallen in nationale varianten.

    3. De fysieke realiteit: een digitale droom op een handmatige sorteerband

    De EU presenteert de circulaire economie als een proces dat klaar is voor opschaling, mits de juiste data beschikbaar is. De realiteit in de sorteer- en recyclingcentra is echter dat de fysieke infrastructuur mijlenver achterloopt op de digitale ambities van het paspoort. Er gaapt een diepe kloof tussen de hoogwaardige data in het DPP en de rauwe werkelijkheid van de afvalverwerking.

    De mismatch tussen data en machine is hierbij de grootste hindernis:

    • Handwerk versus automatisering: hoewel Brussel een geautomatiseerde keten veronderstelt, wordt afval — en textiel in het bijzonder — nog grotendeels handmatig gesorteerd. Sorteerders beoordelen producten op zicht en tast. Een QR-code op een label verandert daar niets aan als er geen tijd of apparatuur is om deze te scannen.
    • De technologische kloof: de huidige generatie sorteermachines, zoals NIR-scanners (Near-Infrared), herkent materialen op basis van lichtreflectie, niet op basis van digitale paspoorten. Deze machines kunnen de complexe informatie uit een DPP simpelweg nog niet "lezen" of vertalen naar een sorteeractie.
    • Systeemfalen op schaal: met een jaarlijkse berg van 92 miljoen ton textielafval is data alleen niet de oplossing. Voor complexe productgroepen zoals schoenen en samengestelde elektronica ontbreekt momenteel de industriële recyclingcapaciteit om de informatie uit het paspoort daadwerkelijk om te zetten in hergebruik.

    Zolang sorteerinstallaties de digitale taal van het DPP niet begrijpen en de fysieke recyclingcapaciteit achterblijft, is het paspoort een papieren tijger. Zonder een sluitende fysieke keten leidt de digitale weg in de praktijk vooralsnog naar een doodlopend spoor.

    4. De financiële infrastructuur: tarieven gebaseerd op onbereikbare data

    Het succes van de Extended Producer Responsibility (EPR) valt of staat met de tariefdifferentiatie via eco-modulatie. Om deze financiële bijdragen objectief vast te stellen, eisen uitvoeringsorganisaties gedetailleerde productspecificaties. Er ontstaat echter een fundamentele blokkade: om deze tarieven te bepalen is exact dezelfde data nodig als voor het DPP, maar die informatie is stroomopwaarts (upstream) simpelweg nog niet beschikbaar. De tariefbepaling leunt op zeven kritieke parameters:

    • Materiaalsoort: de exacte chemische en fysieke samenstelling van het product.
    • Recycleerbaarheid: de mate waarin de materialen in de huidige infrastructuur hoogwaardig verwerkt kunnen worden.
    • Monomateriaal versus multimateriaal: het al dan niet aanwezig zijn van complexe, samengestelde materiaallagen.
    • Gewicht: het exacte nettogewicht per component.
    • Chemische restricties: de aan- of afwezigheid van gereguleerde of schadelijke stoffen.
    • Gerecyclede content: het harde, gecertificeerde bewijs dat materiaal echt afkomstig is van ingezameld consumentenafval (post-consumer), en niet van goedkoper restafval uit de eigen fabriek. Dit onderscheid is cruciaal voor de hoogte van de financiële korting.
    • Sorteerbaarheid: de mate waarin sorteerinstallaties het product correct kunnen identificeren en scheiden.

    Dit mechanisme eist informatie die de toeleveringsketen op dit moment technisch en organisatorisch niet kan leveren. Het gaat niet om een tijdelijk opstartprobleem, maar om een ketenconflict dat wordt gekenmerkt door zes harde knelpunten:

    • De benodigde brondata bestaat niet upstream in de vroege fasen van de keten.
    • De informatie wordt nu niet aangeleverd door suppliers, omdat toeleveranciers de informatie simpelweg niet hebben, of weigeren deze te delen uit angst dat hun intellectueel eigendom en productrecepten op straat komen te liggen.
    • De beschikbare data is niet gestandaardiseerd, waardoor systemen niet met elkaar communiceren.
    • De input is niet onafhankelijk gevalideerd op juistheid.
    • De documentatie is niet machine-leesbaar voor automatische verwerking.
    • De opzet is niet uniform per lidstaat, wat grensoverschrijdende rapportage blokkeert.

    Omdat een uniform Europees tarief- en implementatiemodel ontbreekt, vullen lidstaten het regelgevende kader verschillend in. Dat leidt nu al tot toenemende financiële en operationele fragmentatie in de markt:

    • Frankrijk: werkt met complexe eco-modulatie- en bonus/malus-structuren.
    • Duitsland: hanteert eigen registratie- en categorie-indelingen binnen het VerpackG-model [5].
    • Nederland: ontwikkelt aanvullende interpretaties rond materiaalstromen, reporting en afvalfondsstructuren.
    • Scandinavië: combineren vaak strengere recyclingdoelen met hogere operationele compliance-eisen.

    EPR-fees worden hiermee gebaseerd op informatie die de keten feitelijk nog niet kan ontsluiten.

    “De overheid creëert chaos en dwingt bedrijven te betalen op basis van data die niet bestaat. Maar de markt wacht niet op Brussel.”

    In Deel 2: Waarom de markt nu al vooruitvlucht en de strijd om de macht over het paspoort is losgebarsten.


    Bronvermeldingen

  • [1] Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR)
  • [2] European Parliament and Council (2024) Regulation (EU) 2024/1781 (13 June 2024)
  • Regulation (EU) 2024/1781 of the European Parliament and of the Council of 13 June 2024 establishing a framework for the setting of ecodesign requirements for sustainable products, amending Directive (EU) 2020/1828 and Regulation (EU) 2023/1542 and repealing Directive 2009/125/EC.

  • [3] OECD: Extended producer responsibility and economic instruments
  • [4] New EU sustainability rules explained: Ecodesign Regulation FAQs

  • Meer nieuws

  • [a] Het Digitale Productpaspoort brengt grote uitdagingen voor Europa met zich mee
  • [b] CIRPASS legt de basis voor het Digitaal Product Paspoort
  • [c] Digital Product Passport (DPP)
  • Viking Footwear lanceert DPP

    Viking Footwear werkt samen met Trimco Group en Kezzler voor duurzaamheid en traceerbaarheid

    Kezzler en Trimco Group's gezamenlijke DPP-oplossing gekozen door Viking om transparantie en duurzaamheid te stimuleren.

    Trimco Group is verheugd om vandaag (10 december 2024) de samenwerking met Kezzler en Viking Outdoor Footwear aan te kondigen voor een initiatief dat erop gericht is om duurzaamheid en traceerbaarheid in de schoenenindustrie te hervormen [1] [2].

    Samen implementeren de drie bedrijven Digital Product Passports (DPP's) in geselecteerde stijlen uit de lente/zomercollectie 2025 van Viking — een stap die Vikings toewijding aan innovatie en duurzame praktijken versterkt.

    Dit is het tweede project tussen Trimco Group en Kezzler sinds het verstevigen van hun strategische partnerschap.

    Door de geavanceerde traceerbaarheidstechnologie van Kezzler te combineren met de uitgebreide etiketterings- en supply chain-expertise van Trimco Group, levert het partnerschap end-to-end-oplossingen die zijn afgestemd op de behoeften van de industrie.

    Viking omarmt proactief de DPP-vereiste en ziet het als een kans om de datakwaliteit te verbeteren, nieuwe manieren van klantbetrokkenheid te verkennen en duurzaamheid in de gehele waardeketen te stimuleren.

    Door DPP's te adopteren, stelt Viking Outdoor Footwear nieuwe normen op het gebied van transparantie, bereidt het zich voor op komende regelgeving en ontsluit het innovatieve kansen op het gebied van duurzaamheid en klantbetrokkenheid. Kezzler's GS1 Digital Link-enabled QR-codes, gecombineerd met de expertise van Trimco Group, stellen Viking in staat om digitale product-ID's naadloos te integreren in hun waardeketen.

    “Het testen van het gebruik van DPP's in onze schoenen- en kledinglijnen via unieke QR-codelabels in het Digital Link-formaat van GS1 verandert de manier waarop we naar gegevensbeheer en de mogelijkheden om met onze klanten te communiceren kijken”, — aldus Elin Carlsen, hoofd duurzaamheid bij Viking Outdoor Footwear AS. “DPP stelt nieuwe verwachtingen aan gegevensverwerking in onze waardeketen, maar het opent ook opwindende nieuwe kansen voor onze reparatie- en zorgstrategie. Kezzler en Trimco Group bieden end-to-end-oplossingen die perfect aansluiten bij onze DPP-doelstellingen.”

    “Voor Trimco Group is het project een cruciale stap in het afstemmen van product lifecycle management op compliance en duurzame praktijken”, — aldus Camilla Mjelde, Compliance & Sustainability Director bij Trimco Group. “We zijn verheugd om samen te werken met Viking, een merk dat verweven is met het Noorse erfgoed. Door vroeg te beginnen met de voorbereidingen voor DPP kan Viking de vele voordelen die DPP met zich meebrengt maximaliseren en het merk voorop laten lopen in de sector.”

    De voordelen van digitale productpaspoorten — De samenwerking zorgt er niet alleen voor dat Viking vooroploopt op het gebied van traceerbaarheidseisen, maar versterkt ook de reputatie van het merk als leider op het gebied van duurzaamheid in de schoenensector.

  • Naleving van regelgeving en transparantie: DPP's zorgen ervoor dat Viking volledig is voorbereid op de komende regelgeving en bieden consumenten eenvoudig toegang tot uitgebreide productgegevens.
  • Sterkere klantrelaties: Via QR-codes op productetiketten stimuleert Viking een diepere betrokkenheid door klanten direct inzicht te geven in de herkomst van producten en duurzaamheidspraktijken.
  • Versterkt merkvertrouwen: Verifieerbare informatie versterkt het vertrouwen van de consument in de authenticiteit van Viking-producten en in de toewijding aan verantwoorde inkoop.
  • Circular Economy Alignment: Ondersteuning van reparatie- en onderhoudsstrategieën via DPP-functionaliteit bevordert de duurzaamheid en versterkt de initiatieven van Viking op het gebied van de circulaire economie.
  • “Nu de DPP-regelgeving zich blijft ontwikkelen, zetten Kezzler en Trimco Group zich in om een schaalbare, digitaal-eerste aanpak te leveren die illustreert hoe merken duurzaamheid, naleving en innovatie kunnen integreren”, — voegde Camilla toe.

    Het goede voorbeeld geven in de schoenenindustrie — Dit initiatief weerspiegelt Vikings vooruitstrevende aanpak van verantwoorde bedrijfspraktijken. Door nauw samen te werken met Trimco Group en Kezzler, geeft het merk een invloedrijk voorbeeld van hoe productdigitalisering een aanzienlijke impact kan hebben op duurzame praktijken in alle sectoren.

    Bij Trimco Group zijn we er trots op dat we met partners als Kezzler zinvolle veranderingen in product lifecycle management teweegbrengen. Samen leveren we oplossingen waarmee merken hun duurzaamheids- en transparantiedoelen op wereldwijde schaal kunnen bereiken.

    Met de lente/zomercollectie 2025 van Viking om de hoek, is deze samenwerking een voorbeeld van hoe goed afgestemde innovatie en verantwoordelijkheid de toekomst van het textiel- en schoenenlandschap kunnen vormgeven. Viking stapt de toekomst in met een krachtige combinatie van traditie, duurzaamheid en geavanceerde technologie.

    Lees meer

  • [1] Viking Footwear Launches DPP with Trimco Group and Kezzler
  • [2] Heritage brand Viking ready to launch DPP with Kezzler and Trimco
  • Italiaans modemerk TWINSET werkt samen met TrusTrace

    TWINSET kiest TrusTrace voor traceren toeleveringsketen

    TrusTrace heeft vandaag (4 december 2024) aangekondigd dat TWINSET, een Italiaans high-end modemerk, het TrusTrace-platform heeft gekozen om leveranciers te identificeren, eco-designinitiatieven te ondersteunen en de milieu-impact van elk product te meten.

    TWINSET is een prestigieus Italiaans modemerk dat in 1987 werd opgericht door Simona Barbieri en Tiziano Sgarbi in Capri (Modena), Italië.

    De collecties, die aanvankelijk gericht waren op verfijnde breisels, breidden zich in de loop der jaren uit om via strandkleding en lingerie, schoenen, tassen en accessoireskleding een totaallook voor vrouwen en meisjes te bieden.

    In 2017 werd een nieuw team van creatieve directeuren aangesteld en werd de hoofdlijn van het bedrijf omgedoopt tot "Twinset Milano". Het merk gelooft in het vieren van de fantastische complexiteit van vrouwen, door een tweede huid van zelfvertrouwen te bieden voor elk moment van het dagelijks leven.

    “Door samen te werken met TrusTrace heeft TWINSET haar toewijding aan het traceren van hun toeleveringsketen in detail verdiept. Nu kunnen ze beter begrijpen waar en hoe hun kleding wordt geproduceerd en de impact van elk product op het milieu bijhouden - allemaal binnen één platform”, — aldus TrusTrace CEO en medeoprichter Shameek Ghosh.

    Volgens Silvia Zaganelli, Traceability and Business Development Manager bij TWINSET “Sinds we in mei 2024 met TrusTrace zijn overeengekomen, zijn we begonnen met de implementatie van het TrusTrace-platform als ruggengraat van ons driejarige Traceability-programma. Dit is een bedrijfsbreed strategisch programma dat streeft naar het ontdekken van onderleveranciers, het in kaart brengen en verzamelen van gegevens voor belangrijke waardeprocessen en het bereiken van traceerbaarheid op PO-niveau.”

    Met een driejarig stappenplan worden resultaten geleidelijk bereikt door opschaling om uiteindelijk het volledige scala aan productcategorieën en leveranciers te traceren.

    Belangrijke doelstellingen zijn het identificeren van het land van herkomst van het materiaal, het beheren van risico's in de toeleveringsketen, zoals gedwongen arbeid, en het mogelijk maken van eco-design door de milieu-impact van het product te beoordelen.

    Ter ondersteuning van het initiatief voor milieu-impact is TrusTrace een partnerschap aangegaan met een toonaangevende levenscyclusanalyse (LCA)-oplossing Peftrust, die traceerbaarheidsgegevens rechtstreeks naar de LCA-oplossing stuurt om de meest nauwkeurige PEF (Product Environmental Footprint)-score te krijgen.

    Dit strategische initiatief heeft TWINSET met name geholpen bij de voorbereiding op nieuwe regelgeving, zoals Digital Product Passports (DDP's), die vanaf 2030 verplicht zijn voor textiel dat in Europa wordt verkocht, en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die vereist dat bedrijven verslag uitbrengen over hun impact op het milieu en de maatschappij.

    Lees meer

  • [1] Italian Fashion Brand TWINSET Partners with TrusTrace to Support Supply Chain Traceability and Environmental Impact Initiatives
  • Bergans volgt innovatieve aanpak voor DPP

    Outdoormerk Bergans pakt DPP-uitdagingen aan met Centric EN Trimco

    “Starting with the END” - Bergans of Norway hanteert een andere aanpak voor Digital Product Passport

    Bergans of Norway, het Noorse outdoormerk, heeft een beroep gedaan op ervaring van Trimco Group op het gebied van compliance consulting, dataverzameling en labellevering om zijn digitale productpaspoort (DPP)-traject te ondersteunen.

    Bergans of Norway wordt al meer dan 100 jaar gerund door toegewijde en gepassioneerde outdoorliefhebbers.

    Het begon allemaal met de fietsfabrikant Ole F. Bergan, een fervent jager en buitenmens. Hij introduceerde en patenteerde in 1909 de rugzak zoals we die vandaag de dag kennen, een uitvinding die wordt erkend en gebruikt door avonturiers als Roald Amundsen tijdens zijn expedities.

    Sinds de oprichting in 1908 heeft Bergans een cruciale rol gespeeld in het Noorse outdoorleven.

    Tegenwoordig is Bergans of Norway een toonaangevende speler in de ontwikkeling van functionele wandeluitrusting en technische kleding.

    Door gebruik te maken van de uitgebreide expertise van Trimco Group in het beheer van unieke QR-codes en etikettering, richt het DPP-project zich op het taggen van unieke labels in het SS25-productassortiment van Bergans. Unieke QR-codes worden gebruikt om Bergans voor te bereiden op de volgende stap in hun DPP-uitbreiding (Digital Product Passport).

    De samenwerking maakt gebruik van de ProductDNA® digitale managermodule van Trimco Group die GS1 digitale link geserialiseerde codes creëert.

    ProductDNA® is het gereedschap dat helpt om duidelijke informatie te verzamelen en groene claims te onderbouwen met data, om greenwashing te voorkomen. Het is de eerste stap naar verantwoorde inkoop, waardoor bedrijven klaar zijn om de aankomende Digital Product Passport-initiatieven te verwelkomen. Het is een uitgebreide oplossing voor merken helpt om hun Supply Chain in kaart te brengen, monitoren, rapporteren, beoordelen en optimaliseren - allemaal op één plek.

    Waarom is het belangrijk om je nu al op DPP te richten?

    “De implementatie van de DPP-vereisten voor textiel- en kledingbedrijven is niet ver weg. Bedrijven moeten een readiness-mentaliteit aannemen en, als ze dat nog niet hebben gedaan, nu beginnen met hun product- en locatie-identificatieprocessen.

    Dat gezegd hebbende, er zijn zoveel aspecten aan het DPP en merken zullen snel merken dat ze alle afdelingen moeten betrekken en "buy-in" moeten krijgen van hun hele leveranciersnetwerk. Dit kan bijzonder uitdagend zijn”, — zegt Camilla Mjelde, Sustainability and Compliance Director bij Trimco Group.

    Dankzij de uitgebreide kennis van het leveranciersnetwerk van Bergans als hun huidige labelleverancier, hun ESG-adviesdienst, het upstream traceerbaarheidsplatform ProductDNA® en, ten slotte, de expertise in unieke QR-code-etikettering, bestrijkt Trimco Group veel aspecten van de DPP-puzzel, waardoor het partnerschap de beste manier is om de DPP-reis aan te pakken.

    De afgelopen jaren heeft Trimco Group proactief samengewerkt met partners zoals de PLM-leverancier van Bergans, Centric Software®, en de downstream-oplossingsleverancier en partner van Trimco Group, Kezzler, om werkelijk alle aspecten van de DPP-uitdagingen van een merk te omvatten.

    Starting with the end

    “Voortbouwend op de lessen uit een pilotproject dat een abonnementsmodel voor kinderoveralls aanbood en de servicedeal die reparaties en services voor hun Rabot-collectieproducten omvat, zijn we verheugd dat Bergans opnieuw voor Trimco Group heeft gekozen om deze opwindende DPP-reis te ondersteunen. En het mooie van dit project is de manier waarop Bergans echt een andere benadering van hun DPP-strategie hanteert, wat laat zien dat er geen perfect recept bestaat en dat merken NU de kans hebben om er iets aan te doen. Niemand kan het tegenhouden, maar merken zoals Bergans begrepen dat ze de HOE het moet worden gedaan, kunnen vormgeven”, — vermeldt Camilla Mjelde.

    ‍In plaats van te wachten op een complete dataset vanwege de veranderende DPP-nalevingsvereisten, zorgt de strategie van Bergans ervoor dat ze eerst de uitdagingen van het aanbrengen van unieke QR-codelabels op hun productiebasis aanpakken. Hierdoor beginnen ze in veel opzichten bij 'het einde'.

    Eerst wordt de uitdaging aangepakt om de wereldwijde productie te voorzien van unieke etikettering. Vervolgens voert het merk geleidelijk traceerbaarheidsgegevens in op het eigen Bergans.ID-platform, naarmate de DPP-nalevingsvereisten duidelijker worden.

    “Wachten tot alle gegevens verzameld en perfect zijn, terwijl niet precies weten welke gegevens ook vereist zijn voor de DPP-naleving, zou het proces alleen maar vertragen. Ik bewonder het team bij Bergans voor hun proactieve aanpak. Ze hebben hun DPP-reis niet overhaast, maar ze wilden ook niet te lang wachten, en ik denk dat dat een waardevolle les is voor de industrie”, — concludeerde Camilla Mjelde.

    “We werken al een tijdje samen met Trimco Group als onderdeel van de gezamenlijke NF&TA (nationale cluster voor de mode- en textielindustrie) DPP-werkgroep, waarbij we kennis en ervaring delen. We vinden dat onze merken een vergelijkbare ethiek en drive delen om onze industrie naar een duurzamere, circulaire toekomst te bewegen ten behoeve van iedereen. Daarom hebben we ervoor gekozen om samen te werken met Trimco Group, oorspronkelijk ter ondersteuning van onze abonnements- en reparatieservice, maar nu ook om ons proactief te helpen bij de voorbereiding, implementatie en het behoud van onze DPP-naleving”, — aldus Yngvill Ofstad, Sustainability Manager bij Bergans of Norway.

    Lees meer

  • [1] “Starting with the END” - Bergans of Norway takes a different approach to Digital Product Passport
  • LABFRESH werkt samen met Delogue om productontwikkeling te stroomlijnen

    Laat duurzaamheid en technologie het voortouw nemen - LABFRESH x Delogue

    LABFRESH is een innovatieve online retailer die hoogwaardige herenkleding ontwerpt. Het bedrijf is opgericht door Lotte (NL) & Kasper (DK) in Amsterdam.

    Lotte en Kasper startten Labfresh door in 2017 een campagne op Kickstarter te lanceren voor een bedrijf dat vlekken en geuren afstoot.

    De Kickstarter-campagne was zo succesvol dat Labfresh tien keer de vereiste investering ophaalde en hun eerste partij kleding kon produceren.

    In de daaropvolgende jaren introduceerde Labfresh meer technologieën, voegde nieuwe producten toe aan zijn portfolio en introduceerde maat- en kleuropties.

    LABFRESH heeft als missie om de mode-industrie te revolutioneren door hoogwaardige, duurzame kleding te creëren die afval en overconsumptie vermindert.

    Om deze visie te ondersteunen en hun toewijding aan innovatie en verantwoordelijkheid verder te vergroten, is LABFRESH een partnerschap aangegaan met Delogue om hun productontwikkeling te stroomlijnen en de samenwerking met leveranciers te verbeteren.

    Tegenwoordig zitten we gevangen in een vicieuze cirkel: we kopen te veel kleding, wassen ze te vaak, kiezen goedkope, lage kwaliteit kledingstukken en gooien ze snel weg als hun korte levensduur voorbij is.

    Deze cirkel voedt niet alleen afval, maar legt ook een aanzienlijke druk op het klimaat van onze planeet.

    Maar wat als we deze cyclus konden doorbreken? Wat als we onze impact op het milieu konden verminderen door de manier waarop we kleding produceren en consumeren te heroverwegen? Stel je een wereld voor waarin kleding wordt gemaakt van innovatieve stoffen die geurbestendig zijn, waardoor de noodzaak van constant wassen afneemt en waarin de kwaliteit van elk kledingstuk jarenlang meegaat, niet alleen een seizoen.

    En wat weet je? In 2017, ergens in Amsterdam, ging een Nederlands-Deens stel op pad om kleding te revolutioneren door het te combineren met moderne technologie.

    Ze stelden een gewaagde vraag: “Is het mogelijk om textiel te ontwikkelen dat dagenlang gedragen kan worden en vrijwel nooit gewassen hoeft te worden?”

    Het antwoord? LABFRESH.

    Het ontwikkelen van stoffen van de beste kwaliteit gebeurt niet van de ene op de andere dag - het kost 1-2 jaar toegewijd onderzoek en innovatie. Bij LABFRESH is er geen haast. Kwaliteit kost tijd en zij geloven dat het het wachten waard is.

    And so do we.

    Daarom zijn wij bij Delogue er trots op om u onze nieuwste samenwerking met LABFRESH te presenteren, waarin software en modetechnologie optimaal samenkomen.

    Uitdagingen en oplossingen: Voordat LABFRESH voor Delogue PLM koos, gebruikte LABFRESH een ander PLM-systeem. De vorige oplossing concentreerde zich echter op functies die LABFRESH niet gebruikte, waardoor er hiaten ontstonden in de functionaliteit die ze het meest nodig hadden. Kritieke tools en workflows ontbraken, waardoor het moeilijker werd om de efficiëntie en duidelijkheid te bereiken die het bedrijf zocht.

    Anne van Steekelenburg, hoofd product bij LABFRESH: “We hadden al een PLM-systeem, maar we merkten dat ze zich meer richtten op andere onderdelen die we niet gebruikten […]”

    Delogue pakte deze uitdagingen aan door een systeem te bieden dat zich richt op de specifieke vereisten van LABFRESH, inclusief uitgebreid informatiebeheer op zowel stijl- als seizoensniveau. Hierdoor kan LABFRESH een duidelijk en gecentraliseerd overzicht van hun productinformatie behouden, wat de interne samenwerking en externe communicatie met leveranciers verbetert.

    Eén plek voor info: Een van de belangrijkste strategische prioriteiten van LABFRESH is de toewijding aan duurzaamheid en de bredere ESG-agenda. Met Delogue kan LABFRESH op efficiënte wijze informatie over duurzaamheid verzamelen en beheren. De toekomstige mogelijkheid van het platform om verbinding te maken met een Digital Product Passport (DPP) zal LABFRESH verder helpen bij het verzamelen en organiseren van kritieke gegevens, in lijn met toekomstige duurzaamheidsvereisten.

    “In Delogue kunnen we alle informatie toevoegen en in de toekomst ook koppelen aan een DPP. Het zal veel gemakkelijker en overzichtelijker zijn om alle informatie te verzamelen” — Anne van Steekelenburg, Hoofd Product, LABFRESH.

    Centraliseren van gegevens: Door de overstap naar Delogue beschikt LABFRESH nu over één platform waar alle productinformatie eenvoudig toegankelijk is, zowel op stijl- als seizoensniveau.

    Deze overgang heeft interne processen gestroomlijnd en de duidelijkheid verbeterd bij de samenwerking met leveranciers.

    Labfresh waardeert hoe Delogue PLM hun gegevens centraliseert, waardoor het veel eenvoudiger wordt om informatie te delen en beheren in de gehele toeleveringsketen.

    “Je hebt één programma waarin je alle informatie op stijlniveau of seizoensniveau kunt vinden. Het is intern overzichtelijker, maar ook extern voor leveranciers.” — Anne notes.

    It's time.. Het is tijd om te breken met de cyclus van overconsumptie en verspilling. LABFRESH biedt een duidelijk alternatief: kleding die is ontworpen om lang mee te gaan, met innovatieve stoffen die de noodzaak van constante verzorging verminderen en weerstand bieden aan de fast fashion-mentaliteit. Stel je voor dat je minder kledingstukken bezit, maar dat elk kledingstuk is gemaakt met duurzaamheid als kern - kledingstukken die langer fris blijven, minder vaak worden gewassen en de tand des tijds doorstaan.

    Bij Delogue vinden we het geweldig om te zien dat de mode-industrie vooruitgaat, vooral wanneer we samenwerken met leiders op het gebied van duurzaamheid zoals LABFRESH, die vooroplopen in duurzaamheidsinspanningen.

    We zijn verheugd om de missie van LABFRESH te ondersteunen met ons PLM-platform, waardoor ze op verantwoorde wijze kunnen innoveren, productgegevens efficiënt kunnen beheren en naadloos kunnen samenwerken met hun leveranciers. We werken eraan om de vicieuze cirkel van overconsumptie te doorbreken en dat kunnen we niet alleen.

    Lees meer

  • [1] Let Sustainability and Technology Lead The Way - LABFRESH x Delogue

  • Meer nieuws over

  • [a] Delogue
  • The Digital Product Passport brings major challenges to Europe

    With the arrival of the new "Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR)" which will be adopted by the European Council in the first quarter of 2024, all attention in recent weeks has been drawn to the DPP - puzzle, the development of the "Digital Product Passport (DPP)".

    Since October last year (2022) the European Union is working together with various partners on developing a cross-sectoral definition / understanding of a Digital Product Passport and paving the way for a gradual introduction with an initial focus on the electronics, batteries and textile sectors.

    The primary focus of CIRPASS is on the downstream value chain - the Use-Phase as beautifully depicted by the World Resource Institute (WRI) in "the linear breakdown of the value chain in the textiles & apparel sector"

    The major challenge is to reach agreement with all industries and participants on the importance of a common, extendable and flexible DPP system that:

    ◼ meets the requirements of future regulations and is capable of supporting the massive issuing of DPPs in 2027 (Battery Regulation)

    ◼ capable of supporting beyond-mandatory data exchanges to enable new circular business models

    ◼ capable of connecting upstream (supply chain) and downstream (customer) value chains

    ◼ support full traceability of products from cradle to grave

    More information: CIRPASS Project

    The stakes are high because there are already several sectoral blockchain-based initiatives (fashion, luxury items, textile, seafood): CIRPASS is shaping the future of the Digital Product Passport

    Will Europe succeed in getting all stakeholders to work together to achieve the objectives in the Green Deal and the Circular Economy Action Plan (CEAP)?

    Het Digitale Productpaspoort brengt grote uitdagingen voor Europa met zich mee

    Met de komst van de nieuwe verordening "Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR)" die in het eerste kwartaal van 2024 door de Europese Raad geadopteerd wordt, gaat alle aandacht de laatste weken naar het samenstellen van de DPP - puzzle, de ontwikkeling van het "Digital Product Passport (DPP)".

    Het project CIRPASS is een Europees project met als voornaamste doel te komen tot een cross-sectoriale definitie / understanding van een Digitaal Product Paspoort en om de weg vrij te maken voor een geleidelijke invoering met een initiële focus op de elektronica-, batterijen- en textielsector.

    De primaire focus van CIRPASS ligt op de downstream value chain - the Use-Phase zoals door het door het World Resource Institute (WRI) zo mooi weergegeven in "the linear breakdown of the value chain in the textiles & apparel sector"

    De grote uitdaging voor de EU is het bereiken van overeenstemming met alle industrieën en participanten over het belang van een gemeenschappelijk, uitbreidbaar en flexibel DPP-systeem dat:

    ◼ voldoet aan de vereisten van toekomstige regelgeving en dat in staat is de massale uitgifte van DPP’s in 2027 (batterijverordening) te ondersteunen

    ◼ in staat is meer dan de verplichte gegevensuitwisselingen te ondersteunen om nieuwe circulaire bedrijfsmodellen mogelijk te maken

    ◼ upstream (supply chain) en downstream (customer) value chains met elkaar kan verbinden

    ◼ volledige traceerbaarheid van producten van de cradle (wieg) tot het grave (graf) te ondersteunen

    Meer info: CIRPASS Project

    De belangen zijn groot omdat er al verschillende sectoriale op blockchain-gebaseerde initiatieven bestaan (fashion, luxury items, textile, seafood): CIRPASS is shaping the future of the Digital Product Passport

    Gaat Europa erin slagen om alle belanghebbenden te laten samenwerken voor het bereiken van de doelstellingen in de Green Deal en het Circular Economy Action Plan (CEAP)?

    CIRPASS legt de basis voor het Digitaal Product Paspoort

    Vorig jaar (30 maart 2022) heeft de Europese Commissie het voorstel voor de nieuwe Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR) gelanceerd.

    De ESPR maakt deel uit van het Sustainable Products Initiative (SPI) en stimuleert de productie en consumptie van duurzame producten die energiezuinig zijn in gebruik, langer meegaan, gebruik maken van gerecyclede materialen en op de markt worden gebracht met circulaire business-modellen.

    Het doel van het SPI is om van duurzame producten de norm te maken in Europa.

    Elke organisatie die goederen te koop aanbiedt op de Europese markt, ongeacht of deze in Europa is gevestigd of niet, zal moeten voldoen aan de vereisten van de verordening.

    De ESPR heeft ook betrekking op onderdelen en tussenproducten, inclusief producten die verdere fabricage of transformatie vereisen.

    Levensmiddelen, diervoeders en geneesmiddelen zullen worden vrijgesteld.

    De voorgestelde ESPR - benadering richt zich op het herzien van het ontwerp van producten om tegemoet te komen aan eisen inzake ecologisch ontwerp (prestaties en informatie), die worden ingevoerd als reactie op de milieu- en duurzaamheids-problemen.

    Om duurzame productie en de transitie naar een circulaire economie te ondersteunen, wordt het Digital Product Passport (DPP) geïntroduceerd. Het DPP moet ervoor zorgen dat productgegevens eenvoudig en gemakkelijk overal en door iedereen geraadpleegd kunnen worden en gedeeld.

    Alle verplichte producten, die op de markt worden gebracht, moeten zijn voorzien van een machine-leesbaar paspoort en een unieke identificatie.

    In afwachting van de goedkeuring is het door de Europese Commissie gefinancierde CIRPASS project gestart.

    CIRPASS bereidt de weg voor de geleidelijke pilot en implementatie van de digitale productpaspoorten, waarbij de nadruk ligt op het ontwikkelen van een roadmap voor prototypes in drie waardeketens: elektronica, batterijen en textiel.

    In de wereld van kleding, textiel en luxe-artikelen lopen al heel wat jaren initiatieven om de levensloop van producten te registreren en te volgen via een combinatie RFID, NFC, NFT en blockchain:

    In andere sectoren:

    Dit is slechts een klein deel van alle initiatieven die de afgelopen jaren en recent zijn opgestart.

    Het Digital Product Passport is het nieuwe goud.

    CIRPASS is shaping the future of the Digital Product Passport

    Last year (30 march 2022), the European Commission launched the proposal for the new Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR).

    The ESPR is part of the Sustainable Products Initiative (SPI) and encourages the production and consumption of sustainable products that are energy efficient, last longer, use recycled materials and are marketed with circular business models.

    The aim of the SPI is to make sustainable products the norm in Europe.

    Any organization offering goods for sale on the European market, whether based in Europe or not, will have to comply with the requirements of the regulation.

    The ESPR also covers parts and intermediary assemblies, including products that require further manufacturing or transformation.

    Food, feed, and medicinal products, are exempted.

    The proposed ESPR approach focuses on reviewing the design of products to meet ecodesign (performance and information) requirements, which are being introduced in response to environmental and sustainability concerns.

    To support sustainable production and the transition to a circular economy, the Digital Product Passport (DPP) is being introduced. The DPP must ensure that product data can be accessed and shared simply and easily anywhere by anyone.

    All regulated products placed on the market must be provided with a machine-readable passport and a unique identification.

    Pending approval, the CIRPASS project, a project funded by the European Commission, has been launched.

    CIRPASS is paving the way for gradual pilot and implementation of digital product passports, focusing on developing a roadmap for prototypes in three value chains: electronics, batteries and textiles.

    In the world of clothing, textiles and luxury items, already exist several initiatives to register and track the life cycle of products via a combination of RFID, NFC, NFT, QR-codes and blockchain.

    In the world of clothing, textiles and luxury items, several initiatives to register and track the life cycle of products via a combination of RFID, NFC, NFT, QR-codes and blockchain already exist:

    In other sectors:

    These are just a few of the initiatives that are already running for several years or started recently.

    The Digital Product Passport is the new gold.