Onafhankelijk Advies in Supply Chain & Digitale Transformatie

DANGA doorbreekt de ruis rondom digitale transformatie. Als onafhankelijk adviseur verbind ik uw upstream en downstream supply chain‑strategie aan de juiste architectuur en enterprise‑systemen. Geen leverancierspraatjes, maar senior regie die miljoenenverliezen bij implementaties voorkomt.

Showing posts with label ESPR. Show all posts
Showing posts with label ESPR. Show all posts

De echte uitdaging achter Europese informatieverplichtingen

Hoe voldoe je aan regelgeving die afhankelijk is van informatie uit een keten waar je geen controle over hebt?

De EU introduceert niet één informatieverplichting, maar een hele reeks initiatieven zoals Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR), Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) [a] en de EU Deforestation Regulation (EUDR) [d].

Op papier lijken het afzonderlijke regelgevingen, maar in de praktijk stellen ze dezelfde vraag:

"Kun je aantonen waar iets vandaan komt, wat erin zit, hoe het is gemaakt en welke impact het heeft gehad?"

Die beleidsvraag wordt vertaald naar informatieverplichtingen waarmee naleving meetbaar, toetsbaar en handhaafbaar wordt gemaakt.

Toch gaat het gesprek vaak meteen over de vraag:

“Welke gegevens moeten we aanleveren?”

Maar ik vraag me af of dat wel de eerste vraag moet zijn.

Vrijwel alle nieuwe Europese verplichtingen leunen op informatie die buiten de muren van je eigen organisatie ontstaat. In leveranciersrelaties, in overdrachten, in processen die je niet bezit en in systemen waarop je geen directe invloed hebt.

Misschien is de eerste vraag daarom:

"Hoe organiseer je een keten waarin die informatie betrouwbaar beschikbaar komt?"

Daarachter ligt een fundamentelere vraag:

"Hoe krijg je grip op een keten die de informatie moet leveren waarop jouw compliance straks wordt beoordeeld?"

De upstream supply chain is geen systeem dat je aanstuurt. Het is een netwerk van leveranciers, toeleveranciers en sub-tier partijen die elk hun eigen werkelijkheid hebben. Beheersing ontstaat niet door controle, maar door afspraken die uitvoerbaar zijn in het dagelijkse werk. Door standaarden die niet alleen bestaan in een document, maar daadwerkelijk worden gevolgd door iedere schakel.

Dat is de echte opgave achter al deze regelgeving: organisaties moeten een keten beheersen die ze niet bezitten, terwijl juist die keten de informatie moet leveren waarop zij straks worden afgerekend.

Orchestratie wordt daarmee geen IT-vraag. Het wordt een ontwerpvraag: hoe richt je een keten zo in dat informatie een natuurlijk bijproduct van het werk wordt, in plaats van een administratieve laag die achteraf moet worden toegevoegd?

Ik ben benieuwd hoe anderen hiernaar kijken.

Begint de uitdaging van al deze nieuwe informatieverplichtingen bij data?

Of begint die bij de keten waar die data vandaan moet komen?


Meer inzichten

  • [a] Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
  • [b] Upstream als structurele herdefinitie van concurrentie
  • [c] De DPP-paradox: beleidsmatige ambities versus de operationele praktijk
  • [d] EU pakt ontbossing en aantasting van bossen aan
  • [e] EU en VS stellen DUURZAAMHEID voorop
  • De DPP-paradox: beleidsmatige ambities versus de operationele praktijk

    Een analyse van hoe het Europese duurzaamheidskader vastloopt op ontbrekende standaarden, versnipperde uitvoering en een keten die de digitale ambitie nog niet kan dragen.

    De Europese Unie heeft met de ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) [1] een ambitieus juridisch kader neergezet voor een circulaire economie. Onder deze vlag worden twee instrumenten dwingend opgelegd die productketens en sectoren fundamenteel moeten veranderen: het DPP (Digital Product Passport) en de EPR (Extended Producer Responsibility).

    Het DPP wordt gepositioneerd als een nieuwe informatie-infrastructuur voor duurzaamheid: een digitale drager die fabrikanten, consumenten en autoriteiten moet verbinden via betrouwbare levenscyclusdata van “wieg tot graf”.

    [2] Art. 2 (28) ESPR defines the DPP as a “set of data specific to a product that includes the information specified in the applicable delegated act [...] and that is accessible via electronic means through a data carrier [...]”

    Parallel hieraan formaliseert de EU met de EPR een financieel sturingsmechanisme. Dit principe van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (EPR) is oorspronkelijk door de OECD [3] gedefinieerd als een milieubeleidsmaatregel om afvalpreventie en recycling te stimuleren. De Europese Unie geeft hier nu een dwingende invulling aan: producenten worden verantwoordelijk voor de afvalfase van hun producten, waarbij de hoogte van de kosten (fees) via zogenaamde “eco-modulatie” afhankelijk wordt van productkenmerken die uiteindelijk in het DPP moeten worden vastgelegd. In de praktijk werkt dit als een bonus‑malus‑systeem: producten die goed recyclebaar zijn worden financieel beloond, producten met complexe of vervuilende materialen worden duurder.

    Zonder deze financiële prikkel zou het DPP vooral een informatieplicht zijn. Door de koppeling met EPR bepaalt de data in het paspoort direct hoeveel een bedrijf onderaan de streep kwijt is aan afvalbeheer.

    Om de uitvoeringsrealiteit te begrijpen, moet de relatie tussen deze drie elementen helder zijn:

    • De ESPR is de wet: het overkoepelende kader dat dwingende eisen stelt aan het productontwerp en informatievoorziening van vrijwel alle fysieke goederen om duurzame producten de norm te maken.
    • Het DPP is de informatiedrager: een gestructureerd digitaal bestand dat product- en levenscyclusdata toegankelijk maakt via een fysieke drager op het product en aantoont dat het aan de wettelijke eisen voldoet.
    • De EPR is de financiële prikkel: de verplichte afvalbijdrage waarbij een duurzaam productontwerp via eco-modulatie direct leidt tot een lagere rekening.

    Hier ontstaat een spanningsveld. De financiële verplichtingen via EPR worden nu aangescherpt, terwijl de digitale bewijslast via het DPP technisch pas vanaf 2026 of later mogelijk wordt. Bedrijven worden financieel gestuurd op basis van criteria waarvoor de EU de digitale standaarden nog niet heeft geleverd.

    1. De digitale infrastructuur: een weg zonder verkeersregels

    Brussel presenteert het Digitaal Product Paspoort (DPP) als een fundamentele informatie-infrastructuur die de hele keten moet verbinden. Een dergelijke infrastructuur veronderstelt een gedeeld datamodel, uniforme API’s en een consistente manier van gegevensuitwisseling. Alleen dan kunnen verschillende partijen autonoom data uitwisselen en valideren, maar in de praktijk zijn deze fundamenten nog niet vastgesteld.

    De EU heeft met de ESPR wel de regels bepaald, maar de technische kaders om die regels uit te voeren nog niet gedefinieerd. Deze kaders moeten per productcategorie worden vastgelegd in zogenaamde “Delegated Acts” (gedelegeerde handelingen). Zij vormen de noodzakelijke brug tussen de wet en de technische praktijk.

    De EU richt zich daarbij eerst op producten met een hoge milieu-impact. Voor deze prioritaire sectoren, waaronder batterijen, textiel, elektronica en meubels, worden de gedelegeerde handelingen momenteel uitgewerkt. Het niet kunnen voldoen aan toekomstige DPP-verplichtingen kan uiteindelijk leiden tot beperkingen op markttoegang, sancties en handhavingsmaatregelen.

    Pas in deze handelingen wordt per productgroep bepaald welke data en technische eisen precies voor het paspoort gelden. De ESPR wordt in vakliteratuur dan ook omschreven als een “breed maar deels vaag kader”, omdat de concrete invulling van zowel de informatieplicht als de technische uitvoering volledig afhankelijk is van deze nog te verschijnen handelingen.

    In de kern kunnen deze ontbrekende eisen worden onderverdeeld in organisatorische, technische (hoe stakeholders toegang krijgen tot de data) en inhoudelijke vereisten (welke data moet worden opgenomen en op welke wijze).

    Het gaat hierbij om kritieke specificaties die momenteel nog ontbreken, zoals:

    • De data-inhoud: de definitieve lijst met verplichte velden per productgroep (zoals duurzaamheid, repareerbaarheid, gerecycled gehalte en ecologische voetafdruk).
    • De semantiek: de eenduidige definities en eenheden die nodig zijn om data universeel uitwisselbaar te maken.
    • De technische protocollen: de API‑standaarden en toegangsrechten die veilige, automatische gegevensuitwisseling mogelijk maken.

    De Europese Commissie stelt expliciet dat er geen templates of tools beschikbaar zijn of worden ontwikkeld. Marktdeelnemers moeten zelf systemen inrichten of deze inkopen bij externe dienstverleners, maar stuiten daarbij op een praktische belemmering.

    In de officiële FAQ [4] geeft de Europese Commissie aan dat een template in grote mate zal afhangen van de vereisten die in de individuele gedelegeerde handelingen worden vastgesteld (p. 32). Omdat deze technische specificaties pas in de loop van de komende jaren worden uitgewerkt en de verplichting pas 18 maanden na aanname ingaat, ontbreken op dit moment de noodzakelijke bouwstenen — zoals de JSON- of XML-schema’s — die bedrijven nodig hebben voor de realisatie.

    Bedrijven hebben dan wel een wettelijke informatieplicht, maar kunnen daar door het ontbreken van deze technische kaders nog niet aan voldoen. Het risico is groot: het niet tijdig kunnen overleggen van een paspoort kan leiden tot het verliezen van markttoegang en zware boetes.

    Hoewel de wet sinds 18 juli 2024 van kracht is, begint de klok voor bedrijven pas te tikken op een onbekend moment in de toekomst. Dit creëert een paradoxale situatie waarin bedrijven al keuzes moeten maken over IT en supply chains, terwijl de verplichte technische blauwdrukken en de regels voor de handhaving nog op zich laten wachten.

    Verschillende industrieën moeten communiceren in een taal die nog niet is vastgesteld, naar een digitale brievenbus die simpelweg nog niet bestaat.

    2. De rapportageplicht zonder brievenbus: een geboorte van nationale fragmentatie

    De EU verplicht de markt om data ontsluitbaar te maken, maar bouwt zelf geen centraal platform waar deze informatie samenkomt. In de officiële documentatie bevestigt de Commissie dat het DPP-systeem zal steunen op decentrale data-opslag en marktoplossingen [4]. Er komt dus geen EU‑database en geen uniform portaal waar fabrikanten hun paspoorten kunnen indienen.

    Deze decentrale aanpak legt de volledige verantwoordelijkheid voor de digitale infrastructuur bij de marktdeelnemer. Bedrijven moeten zelf zorgen voor de hosting, de API-verbindingen en de langdurige beschikbaarheid van data. Toezichthouders en douane krijgen straks toegang tot duizenden verschillende private systemen met variërende formats en uiteenlopende kwaliteitsniveaus.

    Doordat Brussel deze centrale technische en organisatorische basis niet levert, ontstaat er een vacuüm dat in de praktijk wordt ingevuld door lidstaten en sectoren zelf. De eerste contouren van die versnippering zijn al zichtbaar:

    • Lidstaten vullen het gat: Frankrijk ontwikkelt eigen ecoscore‑mechanismen, Nederland hanteert eigen interpretaties van EPR‑regels en Duitsland stelt eigen technische eisen aan rapportages. Andere lidstaten bouwen inmiddels eigen portalen en formats om grip te krijgen op de datastromen.
    • Verschillende loketten: zonder één EU‑brievenbus dwingen nationale autoriteiten bedrijven tot registratie in eigen landelijke portalen.
    • Data‑eilanden: multinationals moeten straks voldoen aan verschillende technische standaarden en datavelden per land — juist de versnippering die het DPP moest voorkomen.

    Wat bedoeld was als één geharmoniseerde Europese markt, ontwikkelt zich richting 27 nationale interpretaties, technische invullingen en varianten van wat “machine‑leesbaar” in de praktijk betekent.

    Voor merken en retailers betekent dit concreet:

    • het beheren van meerdere nationale portalen
    • het aanleveren van verschillende datavelden per land
    • het navigeren door uiteenlopende validatieregimes en technische eisen

    Zolang de EU geen centrale regie voert over de technische toegangspunten, ligt het voor de hand dat lidstaten hun eigen systemen ontwikkelen om grip te krijgen op de data. De digitale weg die bedoeld was als één Europese infrastructuur, dreigt zo uiteen te vallen in nationale varianten.

    3. De fysieke realiteit: een digitale droom op een handmatige sorteerband

    De EU presenteert de circulaire economie als een proces dat klaar is voor opschaling, mits de juiste data beschikbaar is. De realiteit in de sorteer- en recyclingcentra is echter dat de fysieke infrastructuur mijlenver achterloopt op de digitale ambities van het paspoort. Er gaapt een diepe kloof tussen de hoogwaardige data in het DPP en de rauwe werkelijkheid van de afvalverwerking.

    De mismatch tussen data en machine is hierbij de grootste hindernis:

    • Handwerk versus automatisering: hoewel Brussel een geautomatiseerde keten veronderstelt, wordt afval — en textiel in het bijzonder — nog grotendeels handmatig gesorteerd. Sorteerders beoordelen producten op zicht en tast. Een QR-code op een label verandert daar niets aan als er geen tijd of apparatuur is om deze te scannen.
    • De technologische kloof: de huidige generatie sorteermachines, zoals NIR-scanners (Near-Infrared), herkent materialen op basis van lichtreflectie, niet op basis van digitale paspoorten. Deze machines kunnen de complexe informatie uit een DPP simpelweg nog niet "lezen" of vertalen naar een sorteeractie.
    • Systeemfalen op schaal: met een jaarlijkse berg van 92 miljoen ton textielafval is data alleen niet de oplossing. Voor complexe productgroepen zoals schoenen en samengestelde elektronica ontbreekt momenteel de industriële recyclingcapaciteit om de informatie uit het paspoort daadwerkelijk om te zetten in hergebruik.

    Zolang sorteerinstallaties de digitale taal van het DPP niet begrijpen en de fysieke recyclingcapaciteit achterblijft, is het paspoort een papieren tijger. Zonder een sluitende fysieke keten leidt de digitale weg in de praktijk vooralsnog naar een doodlopend spoor.

    4. De financiële infrastructuur: tarieven gebaseerd op onbereikbare data

    Het succes van de Extended Producer Responsibility (EPR) valt of staat met de tariefdifferentiatie via eco-modulatie. Om deze financiële bijdragen objectief vast te stellen, eisen uitvoeringsorganisaties gedetailleerde productspecificaties. Er ontstaat echter een fundamentele blokkade: om deze tarieven te bepalen is exact dezelfde data nodig als voor het DPP, maar die informatie is stroomopwaarts (upstream) simpelweg nog niet beschikbaar. De tariefbepaling leunt op zeven kritieke parameters:

    • Materiaalsoort: de exacte chemische en fysieke samenstelling van het product.
    • Recycleerbaarheid: de mate waarin de materialen in de huidige infrastructuur hoogwaardig verwerkt kunnen worden.
    • Monomateriaal versus multimateriaal: het al dan niet aanwezig zijn van complexe, samengestelde materiaallagen.
    • Gewicht: het exacte nettogewicht per component.
    • Chemische restricties: de aan- of afwezigheid van gereguleerde of schadelijke stoffen.
    • Gerecyclede content: het harde, gecertificeerde bewijs dat materiaal echt afkomstig is van ingezameld consumentenafval (post-consumer), en niet van goedkoper restafval uit de eigen fabriek. Dit onderscheid is cruciaal voor de hoogte van de financiële korting.
    • Sorteerbaarheid: de mate waarin sorteerinstallaties het product correct kunnen identificeren en scheiden.

    Dit mechanisme eist informatie die de toeleveringsketen op dit moment technisch en organisatorisch niet kan leveren. Het gaat niet om een tijdelijk opstartprobleem, maar om een ketenconflict dat wordt gekenmerkt door zes harde knelpunten:

    • De benodigde brondata bestaat niet upstream in de vroege fasen van de keten.
    • De informatie wordt nu niet aangeleverd door suppliers, omdat toeleveranciers de informatie simpelweg niet hebben, of weigeren deze te delen uit angst dat hun intellectueel eigendom en productrecepten op straat komen te liggen.
    • De beschikbare data is niet gestandaardiseerd, waardoor systemen niet met elkaar communiceren.
    • De input is niet onafhankelijk gevalideerd op juistheid.
    • De documentatie is niet machine-leesbaar voor automatische verwerking.
    • De opzet is niet uniform per lidstaat, wat grensoverschrijdende rapportage blokkeert.

    Omdat een uniform Europees tarief- en implementatiemodel ontbreekt, vullen lidstaten het regelgevende kader verschillend in. Dat leidt nu al tot toenemende financiële en operationele fragmentatie in de markt:

    • Frankrijk: werkt met complexe eco-modulatie- en bonus/malus-structuren.
    • Duitsland: hanteert eigen registratie- en categorie-indelingen binnen het VerpackG-model [5].
    • Nederland: ontwikkelt aanvullende interpretaties rond materiaalstromen, reporting en afvalfondsstructuren.
    • Scandinavië: combineren vaak strengere recyclingdoelen met hogere operationele compliance-eisen.

    EPR-fees worden hiermee gebaseerd op informatie die de keten feitelijk nog niet kan ontsluiten.

    “De overheid creëert chaos en dwingt bedrijven te betalen op basis van data die niet bestaat. Maar de markt wacht niet op Brussel.”

    In Deel 2: Waarom de markt nu al vooruitvlucht en de strijd om de macht over het paspoort is losgebarsten.


    Bronvermeldingen

  • [1] Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR)
  • [2] European Parliament and Council (2024) Regulation (EU) 2024/1781 (13 June 2024)
  • Regulation (EU) 2024/1781 of the European Parliament and of the Council of 13 June 2024 establishing a framework for the setting of ecodesign requirements for sustainable products, amending Directive (EU) 2020/1828 and Regulation (EU) 2023/1542 and repealing Directive 2009/125/EC.

  • [3] OECD: Extended producer responsibility and economic instruments
  • [4] New EU sustainability rules explained: Ecodesign Regulation FAQs

  • Meer nieuws

  • [a] Het Digitale Productpaspoort brengt grote uitdagingen voor Europa met zich mee
  • [b] CIRPASS legt de basis voor het Digitaal Product Paspoort
  • [c] Digital Product Passport (DPP)
  • The Digital Product Passport brings major challenges to Europe

    With the arrival of the new "Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR)" which will be adopted by the European Council in the first quarter of 2024, all attention in recent weeks has been drawn to the DPP - puzzle, the development of the "Digital Product Passport (DPP)".

    Since October last year (2022) the European Union is working together with various partners on developing a cross-sectoral definition / understanding of a Digital Product Passport and paving the way for a gradual introduction with an initial focus on the electronics, batteries and textile sectors.

    The primary focus of CIRPASS is on the downstream value chain - the Use-Phase as beautifully depicted by the World Resource Institute (WRI) in "the linear breakdown of the value chain in the textiles & apparel sector"

    The major challenge is to reach agreement with all industries and participants on the importance of a common, extendable and flexible DPP system that:

    ◼ meets the requirements of future regulations and is capable of supporting the massive issuing of DPPs in 2027 (Battery Regulation)

    ◼ capable of supporting beyond-mandatory data exchanges to enable new circular business models

    ◼ capable of connecting upstream (supply chain) and downstream (customer) value chains

    ◼ support full traceability of products from cradle to grave

    More information: CIRPASS Project

    The stakes are high because there are already several sectoral blockchain-based initiatives (fashion, luxury items, textile, seafood): CIRPASS is shaping the future of the Digital Product Passport

    Will Europe succeed in getting all stakeholders to work together to achieve the objectives in the Green Deal and the Circular Economy Action Plan (CEAP)?

    Het Digitale Productpaspoort brengt grote uitdagingen voor Europa met zich mee

    Met de komst van de nieuwe verordening "Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR)" die in het eerste kwartaal van 2024 door de Europese Raad geadopteerd wordt, gaat alle aandacht de laatste weken naar het samenstellen van de DPP - puzzle, de ontwikkeling van het "Digital Product Passport (DPP)".

    Het project CIRPASS is een Europees project met als voornaamste doel te komen tot een cross-sectoriale definitie / understanding van een Digitaal Product Paspoort en om de weg vrij te maken voor een geleidelijke invoering met een initiële focus op de elektronica-, batterijen- en textielsector.

    De primaire focus van CIRPASS ligt op de downstream value chain - the Use-Phase zoals door het door het World Resource Institute (WRI) zo mooi weergegeven in "the linear breakdown of the value chain in the textiles & apparel sector"

    De grote uitdaging voor de EU is het bereiken van overeenstemming met alle industrieën en participanten over het belang van een gemeenschappelijk, uitbreidbaar en flexibel DPP-systeem dat:

    ◼ voldoet aan de vereisten van toekomstige regelgeving en dat in staat is de massale uitgifte van DPP’s in 2027 (batterijverordening) te ondersteunen

    ◼ in staat is meer dan de verplichte gegevensuitwisselingen te ondersteunen om nieuwe circulaire bedrijfsmodellen mogelijk te maken

    ◼ upstream (supply chain) en downstream (customer) value chains met elkaar kan verbinden

    ◼ volledige traceerbaarheid van producten van de cradle (wieg) tot het grave (graf) te ondersteunen

    Meer info: CIRPASS Project

    De belangen zijn groot omdat er al verschillende sectoriale op blockchain-gebaseerde initiatieven bestaan (fashion, luxury items, textile, seafood): CIRPASS is shaping the future of the Digital Product Passport

    Gaat Europa erin slagen om alle belanghebbenden te laten samenwerken voor het bereiken van de doelstellingen in de Green Deal en het Circular Economy Action Plan (CEAP)?

    CIRPASS legt de basis voor het Digitaal Product Paspoort

    Vorig jaar (30 maart 2022) heeft de Europese Commissie het voorstel voor de nieuwe Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR) gelanceerd.

    De ESPR maakt deel uit van het Sustainable Products Initiative (SPI) en stimuleert de productie en consumptie van duurzame producten die energiezuinig zijn in gebruik, langer meegaan, gebruik maken van gerecyclede materialen en op de markt worden gebracht met circulaire business-modellen.

    Het doel van het SPI is om van duurzame producten de norm te maken in Europa.

    Elke organisatie die goederen te koop aanbiedt op de Europese markt, ongeacht of deze in Europa is gevestigd of niet, zal moeten voldoen aan de vereisten van de verordening.

    De ESPR heeft ook betrekking op onderdelen en tussenproducten, inclusief producten die verdere fabricage of transformatie vereisen.

    Levensmiddelen, diervoeders en geneesmiddelen zullen worden vrijgesteld.

    De voorgestelde ESPR - benadering richt zich op het herzien van het ontwerp van producten om tegemoet te komen aan eisen inzake ecologisch ontwerp (prestaties en informatie), die worden ingevoerd als reactie op de milieu- en duurzaamheids-problemen.

    Om duurzame productie en de transitie naar een circulaire economie te ondersteunen, wordt het Digital Product Passport (DPP) geïntroduceerd. Het DPP moet ervoor zorgen dat productgegevens eenvoudig en gemakkelijk overal en door iedereen geraadpleegd kunnen worden en gedeeld.

    Alle verplichte producten, die op de markt worden gebracht, moeten zijn voorzien van een machine-leesbaar paspoort en een unieke identificatie.

    In afwachting van de goedkeuring is het door de Europese Commissie gefinancierde CIRPASS project gestart.

    CIRPASS bereidt de weg voor de geleidelijke pilot en implementatie van de digitale productpaspoorten, waarbij de nadruk ligt op het ontwikkelen van een roadmap voor prototypes in drie waardeketens: elektronica, batterijen en textiel.

    In de wereld van kleding, textiel en luxe-artikelen lopen al heel wat jaren initiatieven om de levensloop van producten te registreren en te volgen via een combinatie RFID, NFC, NFT en blockchain:

    In andere sectoren:

    Dit is slechts een klein deel van alle initiatieven die de afgelopen jaren en recent zijn opgestart.

    Het Digital Product Passport is het nieuwe goud.

    CIRPASS is shaping the future of the Digital Product Passport

    Last year (30 march 2022), the European Commission launched the proposal for the new Ecodesign Sustainable Product Regulation (ESPR).

    The ESPR is part of the Sustainable Products Initiative (SPI) and encourages the production and consumption of sustainable products that are energy efficient, last longer, use recycled materials and are marketed with circular business models.

    The aim of the SPI is to make sustainable products the norm in Europe.

    Any organization offering goods for sale on the European market, whether based in Europe or not, will have to comply with the requirements of the regulation.

    The ESPR also covers parts and intermediary assemblies, including products that require further manufacturing or transformation.

    Food, feed, and medicinal products, are exempted.

    The proposed ESPR approach focuses on reviewing the design of products to meet ecodesign (performance and information) requirements, which are being introduced in response to environmental and sustainability concerns.

    To support sustainable production and the transition to a circular economy, the Digital Product Passport (DPP) is being introduced. The DPP must ensure that product data can be accessed and shared simply and easily anywhere by anyone.

    All regulated products placed on the market must be provided with a machine-readable passport and a unique identification.

    Pending approval, the CIRPASS project, a project funded by the European Commission, has been launched.

    CIRPASS is paving the way for gradual pilot and implementation of digital product passports, focusing on developing a roadmap for prototypes in three value chains: electronics, batteries and textiles.

    In the world of clothing, textiles and luxury items, already exist several initiatives to register and track the life cycle of products via a combination of RFID, NFC, NFT, QR-codes and blockchain.

    In the world of clothing, textiles and luxury items, several initiatives to register and track the life cycle of products via a combination of RFID, NFC, NFT, QR-codes and blockchain already exist:

    In other sectors:

    These are just a few of the initiatives that are already running for several years or started recently.

    The Digital Product Passport is the new gold.